“Wat worden ze toch snel groot”.

Ik hoor het mijn eigen grootmoeder nog zeggen, pakweg een jaar of dertig geleden. Was je toen bijna tien en begon je voorzichtig aan een hobby, dan was dat al flink wat.

Voor de ouders van nu moet het snel en blits zijn. De aspirant Ronaldo of Messi trekt best al in de peuterjaren de eerste voetbalschoentjes aan en er komt geen Got Talent of andere TV-show voorbij zonder opvoering van een bijna perfect zingend of dansend mini-mensje. Vele ouders volgen meteen dat voorbeeld: “Dat moet ons kleintje ook kunnen!” . Slecht idee, denk ik dan, doe het vooral niet en laat een kind aub nog even klein zijn.

Geen kind van 6 jaar kijkt nog naar Samson en Gert, de Gummiberen of laat staan naar de smurfen. Tegen dat kleuters 4j zijn, worden ze haast als pre-tieners beschouwd: tablet en computers worden in de handjes gestopt want zo zijn ze stil en zelfs op die leeftijd heeft men al een collectie lievelingsfilms. Inclusief een heel assortiment merchandising van bestek tot knuffels en kledij want “ze hebben dit toch zo graag”.

Ons zoontje is intussen vijf jaar oud. Vanochtend nog moest hij een vriendenboekje invullen (of tenminste: laten invullen, gelukkig kunnen ze dat nog niet. Nog niet, zeg ik wel). Eén van de vragen was: wat wil je later worden?

De antwoorden van andere ouders waren vanzelfsprekend: astronaut, piloot en zelf het best wel grappige archeoloog passeerde de revue. Wij stelden de vraag eerlijk en kregen als antwoord: “Werkman!”.

Mooi, past prima bij zijn hobby’s momenteel: er is geen speelgoedgereedschap dat hem niet kan boeien. Bouten, moeren, hamertjes, slijpschijven tot kettingzagen toe. Urenlang kan hij fantaseren dat hij de grootste klussen klaart met de mimiek van een professional.

Het “groot worden” in het tijdperk vandaag de dag lijkt buiten alle proporties. Ik probeer dit af te remmen en slaag er voorlopig in. Een tripje naar het Sprookjesbos in Valkenburg werd enkele weken terug een fantastische uitstap. Op het werk hoorde ik onlangs iemand die met zijn 4-jarige reeds voor de 3x maal naar Disneyland Parijs was geweest. Mooi of net té? U oordeelt zelf maar ik krijg het met de beste wil van de wereld niet geplaatst.

Weer of geen weer, er is gelukkig altijd nog plaats voor een andere hobby van onze zoon: fietsen. Een stiel die hij vlug onder de knie had en sindsdien samen met speelklussen als zijn favoriete tijdverdrijf geldt (ook dat hebben we in het vriendenboekje ingevuld!).

Dan kan ik weer kijken hoe hij trapt en geniet, cirkeltjes rijdt op het pleintje en af en toe spurtjes trekt. En intussen hoop ik dat hij met de minst mogelijke zorgen en het meeste plezier zo lang als kan kind blijft. Want alleen zo blijf ik het ook nog een beetje. Dat is wat iedereen eigenlijk wil, maar toch doen we het veel te vaak omgekeerd. Blijf klein. Fijn.