Het was koud die ochtend in april. Ze wilde wel eens afspreken voor een ochtendkoffietje. Leek haar leuk, appte ze. En ze vond mijn naam grappig. Ben. Ben jij dit of ben jij dat. Hilarisch toch, niet? Die had ik nog niet eerder gehoord, toch niet die op de bewuste dag. Dat men dit de afgelopen 10.000 dagen haast dagelijks in mijn gezicht wrijft, in combinatie met een blik van dat ik het toch zeker amusant moet vinden, liet ik nu best maar even achterwege. Kwestie van de sfeer er toch een beetje in te houden. Het gegeven dat ik redelijk last heb van ochtendhumeur (en bij uitzondering avond ook), had ik in de korte berichtjes ook maar niet vermeld.

Flashy, snel, druk leven, ongeremd en hip. Zo deed ik me tegen beter weten voor. Anonimiteit of licht afwijkende identiteit en internet, was dat nu wel of net geen juiste combinatie?

Ze moest vanochtend nog weg dus spraken we af in een koffiebar aan het station. Dat kwam goed uit want ganse sloten koffie associeer ik sowieso vaak met mijn ochtenden, dus dat gedeelte zat al meteen goed. Een date echter niet. Maar is dit wel een date? Afspreken via een app begot? Tien jaar geleden zou ik er mee gelachen hebben maar “zo gaat dit nu eenmaal vandaag de dag”, zeiden de jongere collega’s.

Maar hier zaten we dan. Iets daarvoor hadden we elkaar haast automatisch gevonden via een soort herkenningssysteem geleid door onze profielfoto’s. Op een lounge-achtig bankje hadden we zicht op het drukke treinverkeer en de haastige stroom aan pendelaars die stressy aan hun dagen begonnen.

Zij was wat men noemt een hipster girl, al leek ze eerder richting hipster thirtysomething te gaan. Grote hippe bril, opgestoken lange bruine staart en smaakvolle kledij al was me niet meteen duidelijk vanuit welke vorige generatie dit was opgevist.

Gelukkig was zij het type dat al snel het woord nam. Minutenlang ratelde ze over bijna verslapen en de wekker van iPhone die het toch niet zo goed deed, de kat die vanalles had uitgespookt en sleutels die onvindbaar bleken. Ik glimlachte en keek begrijpend.

Na een kwartiertje palaveren over het weer, Thuis en andere koetjes en kalfjes, ging het over hoe we de dagen doorbrengen. Ik vertelde over mijn werk als grafisch vormgever en wat er bij komt kijken. Via haar profiel dacht ik te hebben begrepen dat zij interesse had in nieuwe media en literatuur, maar veel reactie kwam er niet. Noem het eerder een beleefd ongeïnteresseerde indruk.  Zij was dan weer een manusje van alles dat zich nergens aan vastpint met een hoog pluk-de-dag gehalte. Straks had ze nog afspraak bij een interimkantoor voor een job “iets met PR”.

“Lees jij veel?”, vroeg ik tussen de schuimige cappucinoslurpen door.

“Och, de hele dag. Ik geraak zelf niet bijgelezen. Maar ja, druk hé, zo weinig tijd en dan dit en dan die en zoveel pfff”.

“Oh”, reageerde ik verbaasd doch geïntrigeerd, “En welke boeken lees je dan zo allemaal?”.

“Boeken? Nee zot, geen tijd voor. De Facebook berichtjes nemen sowieso al een paar uur per dag in. Zeker 40 Whatsapp groepen ratelen de hele dag door en dan heb ik het nog niet over alle sms’jes en mijn Instagram. Snapchat ook regelmatig en dan moet ik ook zorgen dat mijn Pinterest uptodate blijft. En Tinder natuurlijk hé, anders zaten we hier nu niet”, lachte ze hardop.

Ik lachte schaapachtig terug en begon meteen te denken hoe zo rap mogelijk te kunnen vertrekken. Gelukkig was ze me een stapje voor en stond snel recht, gaf drie zwevende kussen en nam gehaast afscheid.

“Ik moet er eens vandoor, mijn trein is zo daar, tot nog eens hé. Zo gezellig!”

Vervolgens piekerde ik over hoe deze verloren verlofdag toch nog zinvol in te vullen. Druk druk druk, weet je wel.