FOMO oftewel the Fear of missing out. Het is een afkorting die sinds een tijdje opduikt waarmee men de angst of ongemak wil omschrijven die veroorzaakt wordt door een steeds groter wordende bron van berichten op sociale media. Berichten die vaak gaan over feestjes, evenementen, festivals of andere leuke dingen die men gedaan moet hebben om erbij te horen. Ook de NOS melde pas dat meer jongvolwassenen verslaafd geraken aan sociale media door de angst om iets te missen (zie link).

De opkomst van sociale media zoals Facebook zorgde in eerste instantie voor fantastische tijden. Familie en vrienden, allemaal netjes in contact: fotootje van kleintje of uitstapje delen, we vertelden hoe we ons voelden, hier en daar een grappige quote, … kortom: iedereen tevreden.

Maar een sociaal medium is in de eerste plaats natuurlijk een netwerk. Alle soorten netwerken worden gradueel opgebouwd en precies door deze steeds langere kettingen groeien ze pijlsnel uit tot een oncontroleerbaar wezen (internet, anyone?).

Bij Facebook is dat niet anders: al gauw groeiden ieders friends-list met vele tientallen of honderden tegelijk. Waar de eerste contacten vooral uit de kring vlakbij kwamen van familie, vrienden, buren, collega’s, … etc, breidde dit ook uit naar vage kennissen of vrienden van vrienden of zelfs totaal onbekenden. Als er maar connectie gemaakt werd. Tel daarbovenop nog de marketing industrie die spelletjes uitbracht en met tientallen miljoenen tegelijk werden er virtuele kroppen sla en pompoenen geplant. Facebook onthield netjes wanneer we dat deden, vanaf welk toestel en vanop welk wifi netwerk of mobiele operator. Oh ja, en precies van waar ook: want door de vereisten van de locatievoorzieningen te aanvaarden stuurden we ook die value mee.

Met het plaatsen van berichten gaat het haast identiek: foto’s van familie uitstapjes, dat gezellig etentje of zonnige city-trip. Facebook hoeft niet eens moeite te doen om te analyseren hoe en waar we onze vrijetijdsbesteding beleven. Elke smartphone bewaart (gevraagd of soms ongevraagd) informatie over de locatie. Bij het posten op Facebook sturen we dit achter de schermen automatisch mee. Twijfelt het algoritme bij Facebook alsnog? Geen nood, het merendeel van de bezoekers zal trots via de “check in” knop melden waar die foto genomen was en we taggen graag de namen van andere personen die er ook bij waren. Terwijl lopen er allerlei controlemechanismes die deze gegevens dubbelchecken en na een tijdje werd Facebook zelf slim genoeg om meteen te herkennen wie of wat op de foto te zien is en waar die genomen is. “Handig!”, zeiden we toen nog.

Facebook weet vervolgens wat we graag eten, drinken, waar we vaak zijn, wie in onze buurt is, wie onze kinderen zijn en de vriendjes ervan, met wie we (ooit) een relatie (gehad) hebben, waar we werken en welke films en series we het liefst zien. Winkels en commerciële instellingen zijn natuurlijk ook al lang aanwezig op sociale media. We denken vaak dat het cool is om met hun te identificeren en geven graag een like aan een merk of product. Check: Facebook noteert en de marketing machine draait verder. Intussen houdt men zeer precieze statistieken bij van hoe vaak we de app openen per dag of per uur. Op basis van die info zal men als een perpeetuum mobile zorgen voor een constante stroom van nieuwe informatie. Geen enkel Facebook bezoekje ziet er hetzelfde uit, er is altijd wel ergens iets nieuw te rapen. FOMO? Indeed.

Diezelfde data van persoonlijke voorkeuren weet Facebook van al zijn gebruikers dus ook van jouw vrienden, kennissen, collega’s, … en zo bouwt men al heel snel een aardige databank op met linken en nuttige info. Het schrikwekkende is dat we deze gegevens meestal zelf gevoed hebben.

Facebook en zijn commerciële partners zijn ons allemaal erg dankbaar: het enige wat we moesten doen is een beetje gebruik maken van hun gratis platform.

“Gratis? Dat bestaat niet.”

Dat bromde mijn grootvader zaliger al toen oma trots van de slager kwam met 4 plus eentje gratis erbij.

Intussen wordt langs alle kanten bevestigd wat we al lang wisten: data brengt geld in het laatje en het is op die manier dat Facebook een miljardenindustrie geworden is.

De zogenaamde cookies bij het surfen staan vol met gegevens. Ook Facebook en consoorten gebruiken deze maar doen het hele data collecting nog eens maal honderd. Dat de wereld nu plots pas beseft wat men met deze data doet, zegt mogelijk nog meer over ons dan over degene die de info uit onze neuzen proberen te peuteren. We leverden het zonder schroom zelf aan en raakten er nog aan verslaafd ook, dat had zelfs Mark Zuckerberg niet kunnen bedenken.

De vraag is nu: “what’s next?”. Willen we Facebook wel opgeven? Een korte campagne via de hashtag #deletefacebook bleek niet meer dan een druppel op een hete plaat. Helemaal anti-Facebook worden is volgens mij ook niet de oplossing.

Hoewel het intussen meer dan een jaar geleden is dat ik iets persoonlijk op mijn tijdslijn geplaatst heb, heb ik mijn account behouden. Wat ze hebben, is intussen al lang verspreid onder hun commerciële partners. In de maanden na mijn inactiviteit deden de Facebook algoritmes nochtans hun uiterste best om me te terug binnen te lokken.

Met enige regelmatig kreeg ik plots mailtjes met spectaculaire uitziende meldingen dat persoon X of Y een nieuwe foto of video geplaatst had. Ik hapte niet toe en bleef langs de zijlijn staan. En ook nu wacht ik nog steeds.

Stiekem hoop ik ooit een soortgelijk mailtje te krijgen: “We have a new Facebook for you”. Dat Facebook mea culpa slaat en de belofte maakt om met een blanco canvas te herbeginnen volgens nieuwe regels. Dat de EU toeziet en er eindelijk duidelijke afspraken komen en we allemaal terug happy kunnen posten zoals het ooit bedoeld was.

Ik zou voor dergelijke kentering zelf betalen want zoiets kosteloos aanbieden kan geen enkele aanbieder van social media platformen. Zo zie je maar dat opa gelijk had want compromisloos gratis bestaat inderdaad niet zo blijkt achteraf.